Eerste gedicht
O brandend Hart van Jezus zoet
Ontvonk mijn hart in liefdegloed
Tot U, die neerziet op wat stof
Om mij te plaatsten in Uw hof
Wat zal ik, worm , ten dank U geven ?
'k Heb niets ... tenzij mijn leven
Mijn hart, mijn ziel, mijn werk en lied
Hoewel onwaard, verstoot ze niet
Laat nooit een schepsel toegang vinden
In 't hart dat zich aan U wil binden.
Maar heers in mij door vreugd en smart
Tot dat de dood verslindt mijn hart.
NIET ZIJN KUNSTENAARS, NOG MINDER ZIJN OORLOGSHELDEN ZIJN DE HOOGSTE ROEM VAN EEN VOLK.
MAAR MEESTAL DIE ENKELINGEN DIE DE MOED HEBBEN ZICHZELF TE OVERWINNEN.