Het Amandinahuis
Deze gegevens komen uit de
"Bokrijkse berichten"
"Het Amandinahuis te Schakkebroek"
door
"Dr Jozef Weyns"
conservator aan het openluchtmuseum te Bokrijk
gedrukt in 1955
De oudste in het kadastraal archief bekende eigenaar, dit is van ongeveer 1840, van de winning aan de winterbeek, is Melchior Goossens, landbouwer op Terbermen. In 1855 gaat de wining door erfenis over naar Maria-Agnes Thijs (1836-1878), die huwt met "handwerker" Cornelis Jeuris en als zevende van haar acht kinderen op 28-12-1872 Maria Paulina ter wereld brengt.
In de kamer bij het arme gezin Jeuris woonde Gerad Bartholomeus met vrouw Maria Rubens, mogelijk reeds na de dood van moeder Jeuris-Thijs.
Omstreeks 1885 bewoonden Johannes Vanderheyt en vrouw Mina Dijck de winning. In 1893 is Lambert Mommen-Maris er eigenaar en bewoner van en van 1937 tot 1954 diens zoon Leonard Mommen-Grauwels.
Cornelis Jeuris is op 20 jan. 1888 uit Gorsem teruggekomen, gehuwd met Louise Terneven, en woonde als knecht in bij Lambert Mommen; hij stierf te Sint Truiden op 3 Mei 1892.
Leerrijk zijn nu de bouwveranderingen die deze mensen de winning deden ondergaan en waarvan de schets (uit het kadasterarchief) zo sprekend zijn.
Van omstreeks 1840 tot 1866 was de winning een klein langestrekt gebouwtje. In 1866 is er aan de noord-oosthoek een klein "schobbeke" aangebouwd. In 1895 is de woning verlengd naar de straatzijde en zijn varkensstallen gebouwd. Dat heeft dus Lambert Mommen gedaan. Over deze bouwveranderingen zijn er nog ooggetuigen-berichten. Lambert Mommen veranderde het vroegere woonhuis in stallen, de vroegere schuur en koestal in woonvertrekken waaraan dan nog een "kamer" met kelder werd gevoegd. Aan de oostkant bouwde Mommen het "klein taske" bij, hij kocht die timmer twee huizen verder in de wijerstraat. Op het schetsje van 1907 zien we het bakhuis naast de invaart aanwezig. Ten slotte kwam er in 1909 de schuur bij; ze kostte aan Leonard Mommen, de laatste bewoner v??r de herstelling, 900 fr.
NIET ZIJN KUNSTENAARS, NOG MINDER ZIJN OORLOGSHELDEN ZIJN DE HOOGSTE ROEM VAN EEN VOLK.
MAAR MEESTAL DIE ENKELINGEN DIE DE MOED HEBBEN ZICHZELF TE OVERWINNEN.